De residentie
De residentie (ambtswoning) van de ambassadeur is een van de fraaiste herenhuizen aan de Koninginnegracht te Den Haag. Deze straat in het centrum van de stad is genoemd naar een gracht die in tegenstelling tot vele andere grachten in de loop der tijden niet is gedempt.
Het neoclassicistische pand staat op de gemeentelijke monumentenlijst, telt drie verdiepingen en werd in het midden van de 19de eeuw gebouwd. De eerste bewoners waren de Hollandse kapitein der jagers Willem Völcker, zijn echtgenote jonkvrouwe Caroline Caan met hun kinderen. De Völckers waren in 1845 door een enorme erfenis flink vermogend geworden. Hun kinderloze oom Johan Gijsbert Baron Verstolk van Soelen, ex-minister van buitenlandse zaken, had hun naast een aardig kapitaal ook kasteel Soelen in de Betuwe alsmede het onroerend goed aan de Koninginnegracht nagelaten. Omdat hun zoon en erfgenaam Johan Völcker in 1887 ongehuwd en kinderloos stierf vielen Koninginnegracht 31 en het kasteel toe aan een neef. Toen deze in 1908 eveneens alleenstaand en zonder kroost met pensioen ging, besloot hij zijn Haagse huis van de hand te doen.
De nieuwe eigenaar werd de Haagse notaris mr. Solko van den Bergh (1854-1916) die er met zijn vrouw en vijf kinderen ging wonen. Na diens dood behield de weduwe het pand. Twee huizen verder (Koninginnegracht 29) was sinds 1925 de Oostenrijkse legatie gevestigd. De gezant, de heer A. Duffek, woonde niet alleen in dit gehuurde pand maar er bevonden zich ook de kanselarij alsmede het kantoor van zijn konsul, de Nederlander M. Onnes van Nijenrode. In 1929 wist de gezant de weduwe van de notaris ertoe te bewegen het pand aan de Koninginnegracht 31 aan de Republiek Oostenrijk te verkopen met het doel er zowel zijn ambtswoning als ook de kanselarij van de legatie in onder te brengen. De toenmalige koopsom is helaas niet bekend. De huidige waarde van het gebouw loopt in de miljoenen Euro's.
De residentie is net als de kanselarij eigendom van de Oostenrijkse staat.
Het ambassadegebouw
De kanselarij van de Oostenrijkse ambassade ligt aan de Van Alkemadelaan aan de noordrand van Den Haag in het "Benoordenhout". Deze wijk strekt zich uit ten noorden van de voor de stad zo karakteristieke strook bos ("het Haagsche hout") en herbergt o.a. het Paleis Huis ten Bosch van koningin Beatrix. Het onopvallende, in het geheel niet als kantoor uitziende gebouw van de Oostenrijkse diplomatieke vertegenwoordiging bestaat uit twee ruime rijtjeshuizen waarin vroeger gewoon gezinnen woonden en waarvoor dan ook het bestemmingsplan speciaal diende te worden gewijzigd. Huisnummer 342 werd in 1976 door de Republiek Oostenrijk aangekocht. Het kleinere pand ernaast (nr. 340) werd 13 jaar later (1989) verkregen en vervolgens bouwkundig aan het al bestaande kanselarijgedeelte gekoppeld. Beide huizen werden in het jaar 1929 in het kader van een groot woningbouwproject van de gemeente Den Haag gebouwd. De snelle toename van de bevolking van de stad van ca. 50.000 in 1800 naar ca. 200.000 inwoners eind 19de eeuw was voor het toenmalige stadsbestuur aanleiding begerige blikken op de "Benoordenhoutse polder" te werpen. Dit was een landelijk gebied met enige fraaie landgoederen, boerderijen, tuinbouwbedrijven en weilanden, dat zich voor een groot deel in particulier eigendom van Marie gravin van Bylandt bevond. Den Haag gaf in 1911 aan een van de beroemdste Nederlandse architecten, H.P. Berlage, de opdracht om een omvangrijk stadsuitbreidingsplan te ontwerpen. De gravin, die aanvankelijk weigerde het gebied tussen de Noordzeeduinen en het Haagsche Hout voor dit doel van de hand te doen, kon met een buitensporige verhoging van de gemeentelijke grondbelasting op andere gedachten worden gebracht, zodat in 1915 de eerste gebouwen konden worden opgeleverd.
Tegenover de ambassade-kanselarij bevindt zich een van de mooiste parken van Nederland, Clingendael, waarin o.a. het gelijknamige, gerenommeerde Haagse Instutuut voor Internationale Betrekkingen is gelegen.


