Nederlands-Oostenrijkse handelsbetrekkingen
In 2006 is de Oostenrijks-Nederlandse handel weer sterk toegenomen. In deze periode zijn de Oostenrijkse exporten naar Nederland volgens de Oostenrijkse statistiek met 9% naar € 1,85 Mrd gestegen. De Importen vanuit Nederland zijn met 13% naar € 3,1 Mrd gestegen. De import-export-quote is daardoor naar 59,7% gezakt. Het tekort op de handelsbalans van Oostenrijk is naar € 1,2 Mrd gestegen. De reden voor dit gebruikelijke tekort in de handel met Nederland is de positie van de Rotterdamse haven.
In Oostenrijk staat Nederland met een aandeel aan de export van 1,74% op de dertiende plaats van exportlanden en met een aandeel van 2,83% op de achtste plaats van importlanden. Door het oprukken van de buurlanden van Oostenrijk is de plaats van Nederland in deze ranglijsten iets verschoven, maar Nederland blijft een van de belangrijkste handelspartners.
Volgens de Nederlandse statistiek, die opgrond van een ander beleid met betrekking tot land van herkomst en land van bestemming deels grote verschillen met de Oostenrijkse statistiek toont (zgn. “Rotterdam-effect”), ziet het plaatje er een beetje anders uit, maar de trend is de zelfde. In Nederland staat Oostenrijk op de 29ste plaats van importlanden, maar op de 11de plaats als exportland.
De belangrijkste Oostenrijkse exportartikelen waren ook in 2006 weer elektrische machines en apparaten, met een exportwaarde van € 293,5 mln. (+7,9%), gevolgd door ketels en machines met een exportwaarde van € 245,4 mln. (+19,1%), motorvoertuigen met € 198,4 mln. (+6,7%), papier en karton met € 167,9 mln. (+7,9%), kunststoffen en kunststofproducten € 92 mln. (+9,2%), producten van ijzer en staal met € 75,5 mln. (+4%), aluminium en aluminiumproducten met € 71,9 mln. (+16,5%). Bij de export van ijzer en staal kan er bij een waarde van € 65,7% mln. een teruggang van 11,1% geconstateerd worden. De export van hout en houtproducten steeg wederom met 0,9% naar € 41,9 mln., die van optisch apparatuur, meet- en controle-instrumenten met 18,6% naar € 40,4 mln. en die van organisch chemische verbindingen met 36,1% naar 46 mln. en tenslotte vlees en inwendige organen met 39,7% naar € 40,4 mln.
Bij de importen uit Nederland staan boven op de lijst ketels, machines en apparaten met waarde van € 514,3 mln. (+13,8), gevolgd door motorvoertuigen en fietsen met € 273,6 mln. (+30%), kunststoffen en kunststofproducten met € 236,6 mln. (+6,6%), elektrische machines met € 208,7 mln. (-4,4%), farmaceutische producten met € 173,1 mln.. (+12,3%), levende bomen, planten en snijbloemen met € 155,7 mln. (-5,6%), organisch chemische verbindingen met € 137 mln. (+24,2%), aluminium en aluminiumproducten met € 122,3 mln. (+24,8%), minerale brandstoffen met € 101,8 mln. (+177,2%), optische apparatuur met € 83,1 mln. (83,1%), anorganische stoffen met € 60,7 mln. (+28,6%), ijzer en staal met € 58,7 mln. (+67,5%).
Oostenrijkse producten hebben in Nederland een gering marktaandeel (tussen 0,75% en 1%) en genieten – op enkele uitzonderingen, zoals Red Bull en Swarovski, na – weinig bekendheid. Er zijn ca. 120 filialen van Oostenrijkse verkoop– en productiebedrijven in Nederland en een aantal Nederlandse Investeringen in bedrijven in Oostenrijk
Bij de bilaterale economische betrekkingen hoort uiteraard ook het toerisme en dit geldt in het bijzonder voor Nederland. De Nederlanders zijn na de Duitsers de grootste groep buitenlandse toeristen in Oostenrijk. Met 1,52 mln. aankomsten (+2,2%) cq. 8,76 mln. overnachtingen (+0,9%) hebben Nederlanders dit ook in 2006 weer indrukwekkend bewezen. De verblijfsduur van Nederlandse toeristen stond met 5,6 dagen hoog op de ranglijst. Al sinds langere tijd is het wintertoerisme sterker dan het zomertoerisme; Oostenrijk is het meest geliefde doel voor Nederlanders voor wat betreft de wintersport.
